Parkeervergunning kost maatschappij veel geld

09/13/2019

11.45

Aula

The welfare implications of parking policy

J. de Groote

prof.dr. J.N. van Ommeren, dr. H.R.A. Koster

School of Business and Economics

Economics

PhD conferral

De manier waarop ons huidige parkeerbeleid is ingericht kost op jaarbasis een slordige driehonderd euro per parkeervergunning. Zo luidt de conclusie van onderzoeker Jesper de Groote. In zijn onderzoek keek hij naar de maatschappelijke kosten van het parkeerbeleid in Nederland.

Parkeren in het stadscentrum is voor veel mensen een grote bron van frustratie. Niet alleen is het lastig een plekje vinden, maar in steden als Amsterdam kost een paar uurtjes parkeren in de binnenstad al snel een klein fortuin. Om het voor de bewoners van het stadscentrum betaalbaar te houden hanteren gemeenten een vergunningstelsel. Bewoners kunnen dan tegen een gereduceerd tarief de auto voor hun deur zetten. Volgens De Groote heeft het bevoordelen van deze groep in het parkeerbeleid een nadelige uitwerking. “De vergunningen worden onder de marktprijs verkocht, wat betekent dat de gemeente de eigen bewoners op die manier impliciet subsidieert.”

Een neveneffect hiervan is dat mensen meer parkeren, onder andere omdat ze eerder geneigd zijn een auto te bezitten, waardoor er extra parkeerplekken moeten worden gerealiseerd. Uit het onderzoek van De Groote blijkt dat dit een prijsopdrijvend effect heeft, omdat de bouwkosten toenemen naarmate er meer parkeerruimte wordt aangeboden. Dit zorgt voor hogere parkeertarieven en de rekening hiervan komt grotendeels bij de bezoeker te liggen. 

De Groote is van mening dat de schaarse parkeerruimte op een efficiëntere en rechtvaardige manier kan worden verdeeld door een beter prijsbeleid te hanteren. “Je kunt je afvragen of het maatschappelijk belang zwaarder moet wegen dan het belang van de bewoner. Het is lastig om voldoende draagvlak voor een rechtvaardiger prijsbeleid te creëren, omdat de bewoners moeten inleveren. Dat is uiteindelijk een beslissing die de politiek moet nemen.”

Meer informatie over het proefschrift in DARE