Decaan Arjen van Witteloostuijn: “Ik zit hier niet als autocraat.”

Arjen van Witteloostuijn 

Tekst: Ellen Woudstra

Sinds 1 februari 2018 is Arjen van Witteloostuijn decaan van SBE en hoogleraar Bedrijfskunde en Economie. Daarnaast is hij onderzoekshoogleraar aan de Universiteit van Antwerpen en de Antwerp Management School.

Van Witteloostuijn studeerde economie in Groningen. Vanwaar die belangstelling voor economie? “Nogal banaal. Ik had voor van alles en nog wat interesse. Waarom ik nou uiteindelijk economie heb gekozen, dat zou ik niet meer weten.” Dat hij inderdaad een brede interesse heeft blijkt. “Ik studeerde Algemene Economie en Bedrijfseconomie. Je kon kiezen, maar ik heb ze allebei gedaan. Na het eerste jaar had ik tijd over, en toen ben ik psychologie erbij gaan doen. Wat ik daar leuk aan vond is om die mensen die al die economische beslissingen nemen beter te begrijpen. Want daar gaat het natuurlijk om. Alles in de economie gebeurt omdat mensen beslissingen nemen. Of alleen, of als collectief, of als organisatie, of als overheid. Dat leek mij een aardige verdieping.”

Na zijn studie werd hij bijna vanzelfsprekend promovendus. “Twijfelen is niet erg aan mij besteed. Dingen gebeuren gewoon. Ik was student-assistent bij een hoogleraar, en die vroeg: wil jij een proefschrift schrijven? Ik wist niet eens wat dat was. Als student weet je niet zoveel. Hij gaf me een boekje, en zei: dit is een proefschrift. Waarom niet, dacht ik. Toen ben ik versneld afgestudeerd.” Eén van zijn begeleiders vertrok na een jaar naar Maastricht University. Van Witteloostuijn ging mee. Hij behaalde daar zijn doctorstitel, en eindigde er na 12 jaar uiteindelijk als decaan. Na een jaar Engeland keerde hij terug naar Groningen, waar hij zeven jaar werkte, met een tussenjaar in Durham (Engeland). In 2006 ontving hij de prestigieuze Vlaamse Odysseusprijs, vergelijkbaar met de Nederlandse Spinozaprijs, en vertrok naar Antwerpen. Daarna belandde hij in Utrecht, Tilburg en Cardiff (Engeland).

“Twijfelen is niet erg aan mij besteed.”

En toen kwam de Vrije Universiteit. Wat heeft Arjen van Witteloostuijn hier naartoe gebracht? “Aan mijn CV kun je wel zien dat ik met enige regelmaat van plek verander. Nou ga ik er wel vanuit dat dit de laatste keer was. Maar goed, zeg nooit nooit. Ten tweede vind ik het wel leuk om weer decaan te zijn en het weer voor het zeggen te hebben. Voor de zomer werd ik gebeld door een headhunter, en dacht eerst, nee. Maar na de zomer, toen ik tijd had gehad om erover na te denken, dacht ik: ach, waarom ook niet?” Het bevalt Arjen goed aan de Vrije Universiteit. Behalve over de klimaatbeheersing in zijn kantoor en de rol van de centrale diensten heeft hij geen klachten. “Het is een hele goede faculteit, met hele goede mensen, en er gebeuren veel mooie dingen.” Grappig detail: als zoon van gereformeerde huize koos hij destijds voor Groningen om te studeren, niet geheel in overstemming met de wens van zijn familie. “Maar nu ben ik dan op de plaats van bestemming.”

Welke plannen heeft hij met SBE? “In eerste instantie niet heel veel. Er gebeurt al genoeg. Wat wij hier aan het doen zijn als het gaat om de strategie is geen ‘rocket science’. We moeten zorgen voor heel goed onderzoek, voor heel goed onderwijs, en voor impact. Dat heet tegenwoordig valorisatie, maar dat vind ik een lelijk woord. Dat is wat we doen. Interactie met de samenleving, kijken of we kunnen helpen problemen op te lossen. Dat deden we honderd jaar geleden, dat deden we duizend jaar geleden, dat doen we nog steeds. We moeten voortdurend opletten, wat is dat goede onderzoek, wat is dat goede onderwijs, wat is dan goede impact? En wat kunnen we doen om dat te verbeteren?”

“We moeten zorgen voor heel goed onderzoek, voor heel goed onderwijs, en voor impact.”

Wat je moet doen om dit alles te bereiken? “Je moet zorgen dat het primaire proces goed loopt. Brandjes blussen. Faciliteren en zorgen dat mensen hun werk goed kunnen doen. Ik ga proberen de machine meer olie te geven. Dat betekent dat er meer lucht moet komen, meer financiële middelen om meer te doen, meer leuke dingen te doen, en om hier en daar eens gericht te investeren. Dat kan deels door het CvB aan te spreken en hun vragen geld in te zetten voor specifieke projecten. Verder kun je nog naar andere dingen kijken: studentenaantallen moeten gecontroleerd omhoog. Niet als een raket, want dan loop je achter de feiten aan. Daarnaast heb ik het gevoel dat de commerciële derde-geldstroom tak van de faculteit nog veel beter kan presteren. Zowel qua onderwijs, onderzoek, als advies.” Ook goede communicatie is van belang, vindt hij: “Je moet laten zien wat je doet.” Hierbij hoort ook het behalen van de AACSB-accreditatie: “Wij lopen daarmee achter. Onze concurrenten hebben een Triple A. Daar gaan wij ook naar toe, maar wel laat.”

Als bestuurder typeert Van Witteloostuijn zichzelf als: “Hopelijk toegankelijk, dat mensen bij je durven en willen komen om te vertellen wat ze dwars zit. Of juist niet. Dat ze zeggen, let daar eens op. Daar ligt een mooie kans. Ten tweede vind ik het belangrijk dat mensen weten dat ze de facto meebesturen. Gedeeld bestuur. Ik zit hier niet als een autocraat. Natuurlijk moet iemand uiteindelijk knopen doorhakken, maar wel pas na consultatie. In de wetenschap dat we onze ideeën kwijt kunnen en dat daar wat mee gebeurt. Als derde hecht ik heel erg aan openstaan voor andermans ideeën, en daar creatief mee omgaan. Je moet je kunnen verplaatsen in een ander. Meedenken, samen creatief zijn. Samen tot nieuwe ideeën komen die beter zijn dan het oorspronkelijke idee.”

“Samen tot nieuwe ideeën komen die beter zijn dan het oorspronkelijke idee”.

Deze visie op bestuurderschap uit zich onder meer in het feit dat hij maandelijks een lunch organiseert met een dwarsdoorsnede van de faculteit. “We nodigen ‘random’ mensen uit. Door alle afdelingen, rangen en standen heen. Vertel maar wat je dwars zit, wat houdt je bezig? Wat zijn kansen die we missen? Wat moet nodig eens een keer aandacht krijgen?”

De mens achter de wetenschap? “Ik vermoed dat ik wel heel goed kan relativeren. Ik pieker nauwelijks over de toekomst. En ik rumineer nauwelijks over het verleden. Ik ben haast als een zenboeddhist geboren, zo lijkt het wel. Een tweede ding is, ik heb heel veel energie, dus ik kan heel veel aan. Ook kan ik heel snel schakelen. Als jij straks weg bent, ben ik dit weer kwijt om ruimte te maken voor het volgende. Dat is allemaal geen verdienste; ik heb gewoon geluk gehad met wat ik heb meegekregen. Ik werk graag in en met teams, waarvan de leden complementair zijn. Verschillende mensen kunnen verschillende dingen. En iedereen is belangrijk.”

Privé en werk scheidt Van Witteloostuijn vrij sterk. “Ik ga naar huis, en dan gaat de knop om. En ik doe andere dingen. Eropuit. De natuur in, op reis, veel op vakantie. Ik ga heel veel op vakantie, maar kort. Een maand op vakantie vind ik zonde, ik ga vaker een weekje, of een lang weekend. Gezin en familie zijn heel belangrijk. Daar doe ik veel mee. En waar ik veel tijd voor maak, is muziek, inclusief snoeiharde muziek. Ik ben een fan van alternatieve rockmuziek, zeker ook harde metal, hardcore death metal, post-metal.” Van Witteloostuijn is getrouwd en heeft twee dochters.