Geld speelt (g)een rol

11-10-2013

15.45

Aula

Geld speelt (g)een rol

Prof. dr. W.W. Boonstra

School of Business and Economics

Economie

Oratie

De manier waarop het geld in omloop wordt gebracht, het ‘geldscheppingsproces’, staat als uitvloeisel van de huidige financiële crisis volop in de schijnwerpers. Nogal wat analisten hebben ‘ontdekt’ dat het meeste geld niet door de overheid of de centrale bank in omloop wordt gebracht, maar door commerciële banken. Zij vinden dat de overheid het monopolie op geldschepping zou moeten hebben en dat de huidige situatie dus ongewenst is. Wim Boonstra concludeert in zijn oratie dat het goed is om nog eens kritisch naar de rol van banken in het geldscheppingsproces te kijken.

Toch constateert Boonstra dat het stelsel in de huidige crisis op hoofdlijnen goed gefunctioneerd heeft. Er zijn wel verbeterpunten mogelijk, maar ingrijpende veranderingen zijn naar zijn mening niet nodig. Andere onder meer vanuit het IMF aangedragen alternatieven voor het huidige geldstelsel hebben zo veel ongewenste bijwerkingen en onzekerheden dat het niet raadzaam is om ze in te voeren. Zowel vanuit stabiliteit als vanuit klantbelang geredeneerd brengen zij per saldo geen voordelen.

Boonstra legt in zijn oratie eerst het begrip geld uit, het belang van geldgebruik en het belang van prijsstabiliteit. Daarna beschrijft hij op hoofdlijnen het huidige geldscheppingsproces, waarin het girale geld wordt gecreëerd als uitvloeisel van de kredietverlening door het bankwezen. Daarbij staat hij stil bij de rol die overheden en banken in de loop van de tijd bij de geldschepping hebben gespeeld. Vervolgens bespreekt hij enkele alternatieve voorstellen om het geldstelsel ingrijpend te hervormen. De voorstanders van deze alternatieven denken dat op deze wijze een stabieler geldwezen en minder economische fluctuaties kunnen worden bereikt. Boonstra noemt daarbij onder meer het zogeheten Chicago Plan uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Dit plan, dat onlangs opnieuw is gelanceerd, behelst de overgang op ‘full reserve banking’ waarbij de banken geen rol meer spelen bij de geldcreatie. De overheid krijgt in dit plan de monopolie op geldschepping terug. Ook bespreekt Boonstra het plan van Friedrich Hayek uit de jaren zeventig om juist de overheid alle bemoeienis bij de geldcreatie te ontnemen en dit volledig aan het bankwezen over te laten. Hij besluit zijn rede met de bruikbare elementen uit de diverse voorstellen in het bestaande bestel te integreren.