Overgang naar koolstofarme energie leidt tot daling van beschikbare energie

Om de huidige beschikbare energie in 2050 te behouden zullen hernieuwbare energiebronnen twee tot drie keer sneller moeten groeien dan in eerdere schattingen.

07-05-2018 | 9:12

Dit concludeert VU-hoogleraar milieueconomie Jeroen van den Bergh samen met zijn collega Lewis C. King van de Universitat Autònoma de Barcelona in een recente publicatie in Nature Energy. Zij stellen ook een nieuwe indicator voor waarmee we beter kunnen monitoren wat een energiebron aan CO2 bijdraagt en de resterende beschikbare CO2 zo efficiënt mogelijk in is te zetten. 

Om de potentiële klimaatverandering in 2050 te beperken tot maximaal twee graden is er op dit moment een substantiële groei in het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, zoals windmolens en zonnepanelen. In Nature Energy stellen Van den Bergh en King dat er nog onvoldoende rekening wordt gehouden met het lage nettorendement van dergelijke energiebronnen. De hogere investering in de productie van windmolens of zonnepanelen betekent een groter verlies tussen bruto en netto energie dan bij fossiele brandstoffen. “De investering moet je aftrekken van het energierendement van een windmolen of zonnepaneel. Het netto rendement aan energie wordt daarmee kleiner”, aldus Van den Bergh.

Daling netto energie
Door de energie van bruto naar netto te corrigeren, tonen de auteurs aan dat een koolstofarme overgang zeer waarschijnlijk leidt tot het dalen van de beschikbare netto energie per capita met 24 tot 31% in 2050. Dit betekent een sterke ommekeer ten opzicht van een gestaag stijgende trend van 0,5% in het recente verleden. “We zullen onze huidige energieslurpende levensstijl moeten aanpassen of een veel sneller groei van hernieuwbare energie moeten realiseren, tenzij er in de komende decennia een ongekende efficiencybesparing op het eindgebruik wordt bereikt, wat onwaarschijnlijk is.”

Resterend CO2-budget
Om de netto energie uit het resterende CO2-budget te maximaliseren stellen Van den Bergh en King een nieuwe indicator voor: ‘Energy return on carbon’(EROC). Deze geeft de netto energie van fossiele brandstoffen per ton CO2 weer. Op basis hiervan kunnen we beter monitoren en volgen hoe elke energiebron bijdraagt aan de energievoorziening onder minimale CO2 uitstoot. Een hoge EROC betekent dat er per energie-eenheid relatief weinig CO2-uitstoot heeft plaatsgevonden. Van den Bergh: “Natuurlijk gas gecombineerd met afvangen en ondergronds opbergen van de uitgestoten CO2 levert het hoogste EROC rendement op van alle fossiele brandstoffen.”