Investeren in Krachtwijken werkt wél

Onderzoek van VU-wetenschappers Hans Koster en Jos van Ommeren toont aan dat investeringen in krachtwijken wel degelijk positieve effecten hebben gehad.

21-08-2018 | 10:36

Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau heeft het Krachtwijkenprogramma niet of nauwelijks invloed gehad op de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van deze wijken. Uit onderzoek van omgevingseconomen Hans Koster en Jos van Ommeren van de Vrije Universiteit Amsterdam blijkt echter het tegenovergestelde. Investeringen in Krachtwijken, het ‘Krachtwijkenbeleid’, heeft wel degelijk positieve effecten gehad. Gekeken naar vergelijkbare wijken zijn de huizenprijzen van koopwoningen gestegen, en staan deze huizen minder lang te koop.

De VU-wetenschappers lichten toe: “De huizenprijs en verkooptijd worden beschouwd als goede maatstaven van aantrekkelijkheid van een buurt: als mensen een buurt aantrekkelijk vinden, willen ze er meer voor betalen en zullen verkopers hun huis waarschijnlijk sneller kwijtraken. Krachtwijken zijn dus aantrekkelijker geworden door de investering.”

Geld voor opknappen Vogelaarwijken
De kwaliteit van sociale huurwoningen laat nogal eens te wensen over. Grote investeringen door woningcorporaties zijn dus nodig en staan op de planning. Vanaf 2007 tot 2012 hebben de overheid en woningcorporaties echter ook al ruim één miljard extra geïnvesteerd in de 83 slechtste wijken van Nederland, de zogenaamde Krachtwijken. Het grootste gedeelte van dit geld werd besteed aan het opknappen van sociale huurwoningen. Het opknappen van sociale huurwoningen is niet alleen gunstig voor de bewoners zelf, maar heeft ook positieve uitstralingseffecten naar omwoners.

Omliggende woningen profiteren van renovaties
Een typische Krachtwijk is de Rotterdamse wijk Spangen. Daar zijn veel nieuwe woningen gebouwd, en vervallen sociale huurwoningen opgeknapt. De renovatie van het historische Justus van Effencomplex is daar een mooi voorbeeld van, aldus Koster en Van Ommeren. Van nieuwe of gerenoveerde huurwoningen profiteren omliggende koopwoningen ook weer. De gehele omgeving is prettiger geworden en dat leidt tot hogere prijzen. Het blijkt dat de totale stijging in waarde van koopwoningen in Krachtwijken ongeveer een half miljard euro bedraagt. 

Koster en Van Ommeren onderzochten de verandering in huizenprijzen en verkooptijden van koopwoningen. Dit deden ze vòòr en na 2007, het moment van investeren in Krachtwijken. Ze vergeleken die veranderingen daarna met nagenoeg identieke koopwoningen in vergelijkbare buurten. Zo konden ze vaststellen dat het Krachtwijkenbeleid de verklaring is en zo andere verklaringen uitsluiten. Koster: “Zo weten we dat de verandering in huizenprijzen niet komt door de crisis op de huizenmarkt of bepaalde demografische trends. In Krachtwijken zijn de prijzen dus sneller gestegen dan in gewone wijken door het Krachtwijkenbeleid.” 

Lees hier het volledige paper “Place-based policies and the housing market”