Succesvol online onderwijs in coronatijd

De coronacrisis dwong veel onderwijsinstellingen hun onderwijs – vrijwel – volledig online te geven. Voor sommige docenten een grote stap, voor anderen een logisch vervolg. Zij maakten namelijk al gebruik van ‘blended learning’; een mix tussen fysiek en online onderwijs. Maar hoe werkt dat nu eigenlijk in de praktijk?

17-06-2020 | 16:14

Ines Lindner, universitair hoofddocent bij de faculteit School of Business and Economics aan de VU, is al enige tijd met blended learning bezig. Lindner is er dan ook sterk voorstander van om op grotere schaal over te gaan naar deze lesmethode. Lindner: “We weten al lang dat hoorcolleges eigenlijk niet effectief zijn voor informatieoverdracht. Uit onderzoek blijkt dat wij ongeveer rond zo’n vijftig procent van de tijd met onze gedachten afdwalen als we passief luisteren. Daar betrap ik mezelf ook voortdurend op als ik naar lange presentaties moet luisteren.” Bij lesgeven is het belangrijkste dat er feedback wordt gegeven, interactie plaatsvindt en dat er een communitygevoel wordt gecreëerd, zo zegt Lindner. “Dat laatste noemen wij ook binding met de opleiding. Het is echt een event om met studenten in een academische zaal te zitten. Daarom zijn fysieke contactmomenten op de campus absoluut essentieel.” Lindner pleit er dan ook voor dat deze fysiek contactmomenten ook zeker behouden moeten blijven, maar, zegt Lindner, : “we kunnen de studenten naar een hoger niveau brengen als ze zich met clips voorbereiden. Dan hebben wij, de docenten, tijd voor écht contact en gerichte begeleiding.” Een one-size-fits-all-format is er niet voor blended learning, dat hangt onder andere af van de opleiding en ook in welk jaar de studenten zitten. “In sommige opleidingen zijn studenten bijvoorbeeld minder intrinsiek gemotiveerd voor kwantitatieve vakken. Dan moet ik veel meer monitoren om uitstelgedrag te voorkomen. Maar dat probleem hebben wij ook met klassieke onderwijsformaten en monitoren kan online juist makkelijker. Ik kan zien of studenten de clips hebben bekeken en met een online quiz kan ik makkelijk testen of ze erover hebben nagedacht.

Online activeren is een flinke uitdaging
Lindner draait nu grotendeels hetzelfde format als ze altijd heeft gedaan. Kortom: college zo goed als volledig online. Lindner zegt dat het vooral een mindshift is waar studenten aan moesten wennen, omdat zij in het begin het concept van blended learning niet gewend waren. “Maar na corona is blended learning het nieuwe normaal. Ook bij de docenten is in het algemeen het online college geven goed bevallen nadat ze deze aanpak noodgedwongen hebben mee gemaakt,” zegt Lindner. “Ik heb net veel collega’s geïnterviewd en het algemene inzicht is dat klassieke hoorcolleges inderdaad geen toekomstmodel meer zijn.” Tegelijkertijd ziet ze ook dat iedereen het er over eens is dat onderwijs op de campus absoluut weer gegeven moet worden zodra het kan, alleen dan slimmer benut. De rol van de docent wordt daarmee steeds meer begeleidend in plaats van de klassieke rol van zenden van informatie. En het internet barst inmiddels van collegeclips op topniveau. “Ik werk met een boek waarvoor een MOOC – een Massive Open Online Course – bestaat. Dat is van dezelfde auteur, van Stanford University. De collegeclips zijn uitstekend. Het is volstrekte onzin als ik precies hetzelfde nog een keer als hoorcollege zou vertellen. Ik concentreer me liever op het activeren van het leerproces en tentamentraining.”

Werkgroepen blijken in de praktijk toch lastiger om online aan te bieden. Lindner doet dit nu ook, omdat het moet, maar merkt dat het toch fysiek makkelijker is. “In een collegezaal voel je als docent de groep veel beter aan. Er is veel indirecte informatie via lichaamstaal. Het activeren van studenten bij live online meetings is een echte uitdaging. Ze zijn vrij actief in de chat, maar dat kan je als docent niet óók nog in de gaten houden als je iets aan het uitleggen bent. Daarvoor heb je een moderator nodig, het liefst iemand dicht bij de studenten,” legt Lindner uit. “Ik heb in periode 5 geëxperimenteerd met een co-ownership model wat heel goed heeft gewerkt. Ik heb de studenten in Canvas heringedeeld in kleinere canvas groepen van 25 met een student als group leader. Zij waren de ambassadeurs van hun groep tijdens de cursus en de moderator tijdens de live sessies. Dan konden zij aangeven: ‘Ines, even stoppen, hierover komen veel vragen binnen.’ Daarnaast lieten ze me weten welke opgaven de groep moeilijk vond. Dat was enorm waardevolle informatie, die ik anders niet had gehad.” Co-ownership is daarmee dus heel activerend en zorgt voor een verantwoordelijkheidsgevoel bij de studenten. 

Lindner: “Ik ga over de inhoud en zorg dat het van een bepaald niveau is, maar daarnaast mogen de studenten het zeggen. Ze voelen zich gehoord en ik krijg feedback tijdens de cursus in plaats van evaluaties als de cursus al voorbij is. ” Dat vraagt wel veel vertrouwen, tussen zowel docenten en studenten, als tussen studenten onderling. “Stel je kwetsbaar op,” tipt Lindner. “Studenten vinden het heel fijn als ik zeg dat ik hun hulp nodig heb, kwetsbaar opstellen is goed voor je leerproces, omdat je jezelf veiliger voelt. Bovendien, studenten moeten altijd lachen als ze mij ook op een fout betrappen!”

NWO SBE toekenning

Ines Lindner is hoofd van het SBE Innovation Center en heeft daarnaast ook de Online Summer Prep Campus voor SBE opgestart, waarvoor ze de VU Innovatieprijs in 2017 ontving. Ze is daarnaast universitair hoofddocent voor de bacheloropleiding Econometrics & Operations Research.