In memoriam Prof.dr. A.H.Q.M. (Nol) Merkies (1932-2021)

Onlangs ontving de faculteit het bericht dat haar oud-decaan professor Nol Merkies op 23 april 2021 is overleden in de leeftijd van 88 jaar. Nol is vanaf 1972 tot aan zijn pensionering in 1997 aan de Vrije Universiteit verbonden geweest.

17-05-2021 | 14:53

In 1963 werd aan de VU de Interfaculteit der Actuariële Wetenschappen en Econometrie ingesteld, waarin de reeds in 1930 begonnen studierichting Actuariaat werd ondergebracht. Hoewel de naam van de Interfaculteit anders zou vermoeden, was er toen nog geen sprake van een studierichting Econometrie. De start hiervan volgde in 1968, met als voornaamste specialisatie Wiskundige Economie. De cursussen binnen de twee studierichtingen werden toen nog verzorgd door hoogleraren en medewerkers verbonden aan de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen en de Faculteit der Economische Wetenschappen. De Interfaculteit kreeg pas per 1 september 1972 haar eerste eigen hoogleraar in de persoon van Nol Merkies. Hij was toen wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Universiteit van Amsterdam en in mei van hetzelfde jaar gepromoveerd op een proefschrift getiteld `Modelkeuze via voorspellingsintervallen’. Eerder had hij als chef van de afdeling structuurvraagstukken van het Centraal Planbureau de nodige ervaring opgedaan op het gebied van voorspellen met behulp van wiskundig economische modellen. In die functie bracht hij ook advies uit aan het kabinet over de organisatie van de wereldtentoonstelling EXPO 1976. Vanwege de door Nol begrote kosten van meer dan 1 miljard gulden besloot de ministerraad ons land niet te kandideren. Voor zijn benoeming aan de toen nog streng gereformeerde VU was zijn katholieke komaf nog wel een heikel punt geweest, maar het College van Bestuur kon niet om hem heen. 

Nol bracht met zich mee het rapport Marktonderzoek Metselbaksteen, dat hij in 1971 had geschreven in opdracht van de Vereniging Sanering Metselbaksteenindustrie. Hij slaagde erin een nieuwe opdracht te krijgen voor het vervaardigen van afzetprognoses. Dit leidde van september 1973 tot augustus 1983 tot een reeks van maar liefst 41 kwartaalrapporten, een ongekend lange reeks van betaald onderzoek, dit lang voordat de derde geldstroom essentiëel werd op de universiteiten. Aan de Vrije Universiteit kreeg Nol met de leeropdracht Wiskundige Economie en Econometrie het gehele veld van de toegepaste wiskunde binnen de economische wetenschappen onder zijn hoede. Voor de taak om zowel wat betreft onderwijs als onderzoek het vakgebied Econometrie uit te bouwen tot een volwaardige studierichting had hij aanvankelijk één medewerker, één student-assistent en één kamer ter beschikking. Dit werden er spoedig meer, toch werden nog een tijd lang alle medewerkers, partners en student-assistenten jaarlijks door Nol en zijn vrouw Erzsébeth gastvrij ontvangen in hun huis te Heemstede. Onder zijn enthousiasmerende leiding als decaan van de Interfaculteit is de studierichting Econometrie met de specialisaties Besliskunde, Econometrie en Wiskundige Economie medio jaren tachtig volledig tot bloei gekomen. Een van hogerhand opgelegde reorganisatie maakt echter in 1986 een einde aan de zelfstandigheid van de Interfaculteit en een fusie met de Faculteit der Economische Wetenschappen volgt. Binnen de nieuwe faculteit blijft de studierichting Econometrie aanwezig en blijft Merkies een belangrijke rol vervullen. In de elf jaar van de fusie in 1986 tot aan zijn pensionering in 1997 maakte hij maar liefst zeven jaar deel uit van het faculteitsbestuur, waarvan in totaal vier jaar als decaan. De overige vier jaar was hij voorzitter van de vakgroep Econometrie en OR. In zijn laatste periode als decaan voor zijn pensionering verkeerde de faculteit in grote financiële problemen en werd onder zijn leiding een ingrijpend reorganisatie plan en een herstructurering van de hoogleraarposities (lees krimp) opgesteld. Ondanks de tegengestelde belangen lukte het hem om het plan algemeen aanvaard te krijgen. Uitgevoerd is het nauwelijks, korte tijd later namen de studentenaantallen spectaculair toe en klotste het geld tegen de plinten, van krimp was geen sprake meer.

Naast alle onderwijs- en bestuurlijke activiteiten heeft Nol Merkies ook als onderzoeker en onderzoeksleider een belangrijke bijdrage geleverd aan de Vakgroep Econometrie. Niet alleen kan hierbij zijn eigen onderzoek op ondermeer het gebied van aggregatie worden genoemd, maar vooral en met name ook zijn stimulerende rol bij tal van promotieonderzoeken. Tussen 1972 en 1997 kwamen onder zijn stimulerende leiding 17 dissertaties tot stand op de meest uiteenlopende onderwerpen binnen de vakgebieden van zowel de Econometrie als de Wiskundige Economie. Deze veelheid van onderwerpen, zoals ondermeer het gebruik van econometrische modellen bij het modelleren van de voortgang van woningbouwprojecten, het berekenen van algemeen evenwicht door middel van simpliciale algoritmen, modellen voor prijsvorming en het gebruik van projectiefilters binnen de tijdreeksanalyse, illustreert de breedte van het door Merkies bestreken onderzoeksgebied. In veel gevallen werd het onderzoek door hem geïnitieerd en altijd konden de betrokken onderzoekers profijt trekken van zijn opbouwende kritiek en ruime ervaring waarmee hij het onderzoek in een breed kader wist te plaatsen. Hierbij was zijn toetsing van de onderzoeksresultaten op practische bruikbaarheid steeds een kenmerkend element. En hoewel hij niet altijd alle finesses van het promotie onderzoek kon volgen, wist hij wel altijd de juiste vragen te stellen. 

Nol Merkies had altijd belangstelling voor nieuwe ontwikkelingen in het vakgebied. Om te beginnen wist hij precies de onderwerpen op te pikken die potentie hadden en belangrijk zouden worden, vervolgens vergaarde hij kennis van het onderwerp door er een caput college over te verzorgen of hij vroeg medewerkers dat te doen. Dit onderwijs leidde ook tot onderzoeksresultaten. Zo resulteerde zijn eigen caput college over aggregatie in een gezaghebbend boek (met Jan van Daal) op dit gebied (Aggregation in Economic Research). In 1977 deed hij twee promotiemedewerkers de suggestie een caput te verzorgen op het gebied van algoritmes voor het vinden van vaste punten, een onderwerp dat hij tijdens een congres had opgepikt. Enkele jaren later promoveerden beide promovendi op dit onderwerp. Later hadden zij zelf ook weer diverse promovendi op dit gebied, en ook werden diverse vervolg promotieonderzoeken gedaan in de Verenigde Staten en Japan. Zo leidde een `gouden’ suggestie tot een reeks van promoties. Nol had ook een bijzondere interesse in de problematiek van ontwikkelingslanden. Nadat hij op voordracht van SOW (Stichting Onderzoek Wereldvoedselvoorziening) een jaar in Bangkok had doorgebracht als gastdocent bij het Asian Institute of Technology werd hij voor lange tijd lid van het SOW-bestuur, en toen dat toch echt niet langer mocht, werd hij gewoon lid van de wetenschappelijke adviescommissie. 

Kenmerkende eigenschappen van Nol waren zijn humor, nieuwsgierigheid, eigenwijsheid, enthousiasme en zijn oprechte belangstelling in mensen. Een lezing kon hij met een schalkse lach in één kwinkslag samenvatten. Hij was altijd geïnteresseerd in andere meningen, nieuwe ontwikkelingen en kon ook zelf smakelijk vertellen over welk onderwerp dan ook. Voor de mensen om hem heen en ook de studenten was hij altijd benaderbaar. Hij bezocht elk jaar het kennismakingsweekend voor eerstejaars en wist na afloop dan alle namen van de nieuwe studenten, en van de meesten ook hun woonplaats, hobby’s en sportieve activiteiten. Fameus waren ook zijn jaarlijkse optredens als Sinterklaas bij de studievereniging KRAKET (Kritische Aktuarissen en Econometristen), waarbij hij op een charmante en humoristische wijze het doopceel van studenten lichtte. Op 5 december waren zijn colleges altijd op rijm. In discussies ging hij uit van zijn eigen gelijk en liet hij zich niet gemakkelijk overtuigen. Tot onenigheid leidde dit nooit. Kon hij niet winnen, dan legde hij zich erbij neer met de woorden `het zij zo’. Hij was een verzoener die wel van een grapje hield, naar harmonie streefde en rust bracht.

Tijdens zijn werkzame leven ging Nol enkele malen per week eerst hardlopen in de niet ver van zijn huis gelegen Waterleidingduinen, voordat hij naar de VU ging. De laatste jaren werd het leven steeds moeilijker. Na eerder een hartinfarct te hebben gehad, kreeg hij later Parkinson-achtige beperkingen en had hij ook veel last van doofheid. Gesprekken in een groep werden daarom steeds moeilijker, maar één op één was goed te doen. Ook op hoge leeftijd behield hij een brede belangstelling, ging hij nog schaken, bezocht hij concerten en de filosofieclub. Hij maakte ook nog wekelijks een wandeling met de wandelclub. Ook enkele oud-collega’s bezochten hem nog met enige regelmaat en tijdens wandelingen in de Waterleidingduinen werd dan van alles besproken. Hij bleef tot het laatst toe breed geïnteresseerd op veel vlakken, variërend van wetenschap en cultuur tot politiek en maatschappij. Hij kon genieten van kleine dingen en was altijd dankbaar voor bezoek, dat hij verwelkomde met de woorden `goed dat je er bent’. Met het overlijden van Nol hebben we een fijn mens met een markante persoonlijkheid verloren.